Dan komt de radioloog binnen.

Ze gaat tegen mij aan zitten en pakt mijn handen vast. Ze kijkt mij aan.

   ‘Het is niet goed wat we in je borst hebben gezien

Mijn oren toeteren. 

Waarom schreeuwt ze zo? 

Dan volgt een oorverdovende stilte. 

Ontzet gaan mijn ogen van haar naar Theo. Ze praten met elkaar en tegen mij. Ik zie dat ze tegen mij praten. 

Maar ik hoor alleen het schreeuwen van mijn hart: ik wil niet dood, ik wil mijn kinderen niet verlaten. 

Mijn ogen zoeken Theo’s geschokte gezicht en ik roep hun naam. 

Hun naam! 

Mijn hele lijf begint te trillen, tranen stromen over mijn wangen, Theo houdt mijn handen vast als de radioloog gaat doen wat ze moet doen. 

Ik ben daar niet meer. 

Ik ben weg. 

Waar weet ik niet, maar niet meer daar. 

Niet meer in dat lijf met die kanker. 

Nu even niet. 

Als de biopt is genomen kunnen we naar huis. 

Naar mijn moeder. 

Naar mijn schoonvader. 

Naar onze kinderen……. 

Hoe vertel je dit, zodat het niet een bominslag is? 

Theo is mijn rots. 

Hij praat, hij belt, hij legt uit, hij troost. 

Ik ben er niet. 

Ik ben weg. 

Ik weet niet waar ik ben maar niet daar, waar mijn moeder wit wegtrekt en huilend op n stoel zakt. 

Het lukt ons die avond om ‘gewoon’ te doen. Morgen vertellen we het aan de kinderen. 

Dan is het zaterdag en hebben ze de tijd eraan te wennen. 

Dat lukt. 

Slapen lukt niet. 

De Grote Gedachten komen binnen, ongevraagd als Ongenode Gasten. 

Langzaam voel ik me raar worden. Mijn hart gaat steeds sneller kloppen. Mijn ademhaling versnelt. 

Ik raak in paniek. 

Het duurt even voordat ik weer tot mezelf kom. 

Dan besluit ik; dit niet weer. Dit brengt me waar ik niet wil zijn. 

Ik ga dit het hoofd bieden, hoe dan ook…..

Dat was toen. 

Nu staan we op het punt om in de auto te stappen om naar onze afspraak op de afdeling Genetica in het UMCG te gaan. 

De zon schijnt en de vogels fluiten er lustig op los. 

Het voorjaar komt eraan.

Oorverdovend stil.

Er is weer onrust. 

Voor mijn ‘geval’ bestaat  geen protocol, we mogen zelf beslissen wat voor mij het beste is.

Wel of geen scan ter controle, PET of CT? Dit geeft ruimte voor eigen initiatief maar ook voor onzekerheid.

Nu ziekenhuisbezoeken weer in het verschiet liggen gaan mijn gedachten terug naar Hoogeveen, 13 oktober 2017, 11.00 uur.

Ik lig op de onderzoekstafel klaar voor de echo. Theo zit naast me. We kletsen ontspannen met de verpleegkundige. 

We weten nog van niets, behalve dat we samen oud worden. 

Misschien wel eerder gaan stoppen met werken, huis verkopen en dan in zo’n Tiny house wonen. Zelfvoorzienend, klimaatneutraal, op plekken waar je de zon ziet opkomen en ondergaan. Liefst bij zee. Ik hou zo van de zee. Als ik bij de zee in de ben maakt mijn hart altijd een sprongetje. 

Ik woon prachtig hoor, midden in de natuur, tussen twee nationaal parken in en ik ben er dankbaar voor. Maar mijn hart ligt bij de zee. 

Misschien was ik in een vorig leven wel een zeeheld, varend op mijn schip beleefde ik de spannendste avonturen. 

Of was ik de dochter van een visser die iedere zaterdag op de dijk naar haar vader en broers uitkeek. Dat laatste past meer bij mij aangezien ik al misselijk wordt bij het kijken naar een schommel. 

 Met mijn dochter ga ik een prachtige trouwjurk uitzoeken, die we geheim houden tot haar grote dag.

En wij worden misschien wel opa en oma. 

Wij jagen geen grote zaken na. 

Wij zijn hier gewoon even voor de zekerheid, ‘protocol,’ zo de huisarts zei. Hij had niets bijzonders kunnen ontdekken in mijn borst en ook de oncologisch chirurg voelde bij het lichamelijke onderzoek niets verontrustends. Ze vroeg me zelfs aan te wijzen wat ik voelde. Op de brief voor de radioloog schreef ze ‘geen bijzonderheden’ Verontschuldigend had ik voorgesteld om de mammogram en echo dan maar af te zeggen. Er is immers niets aan de hand?

*wordt vervolgd