Piepschoem

Ik ben al ruim een week niet fit, wat geen positieve bijdrage levert aan mijn geestelijke gezondheid, merk ik. Ongemerkt heeft mijn blik een andere invalshoek gekregen, één waar ik niet blij van word. 

Twee weken geleden, in de wachtkamer bij de huisarts, is het begonnen, het doemdenken. 

Ik zit met de jongste rustig te wachten op onze beurt als ze er aan komen schuifelen. Twee oude mensen. Ooit waren ze jong, leerden ze fietsen en schaatsen. Werden ze verliefd en gingen trouwen. Kregen kinderen en werkten. Ooit waren ze sterk. Maar de tand des tijds slaat niemand over. Dus ook zij niet. Nu zijn ze hier. Moeizaam ter been, slechthorend en een afgetakeld lichaam, misschien een kwakkelende gezondheid, misschien ernstig ziek, net als ik. 

Ze gaan naast mij zitten, de Ongenode Gasten en praten ongevraagd mee.  “Zij hebben het gehaald, een heel leven en jij moet dat nog maar zien” 

Als ik om me heen kijk zie ik enkel nog verval. Er is maar één weg, die naar het einde. 

De Ongenode Gasten hebben gelijk, ik moet dat nog zien te halen. 

Ze blijven de rest van de week bij me en denken enthousiast mee, de verkeerde kant op. Het lukt me om te functioneren als moeder, vrouw, vriendin, (schoon)dochter etc. En toch ben ik er niet bij. “Iederiene die hef zich een kruus te droagen. Ik wens je een kruus van piepschoem” schrijft een vriendinnetje van vroeger aan mij, refererend aan een lied van Daniël lohues.

Helaas waren die al op toen ik aan de beurt was. 

Ik glimlach om haar lieve wens en tegelijkertijd besef ik dat vriendschap en liefde mijn kruis lichter maken. 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *