Berichten

Het is weer een zonnige dag, de zoveelste. Na een schitterend paasweekend schijnt ze vrolijk door. Ik doe wat ik denk te moeten doen. Stofzuigen, hond uitlaten, praatje maken met mensen die met de boot voor ons liggen, thee zetten én op de klok kijken. Dit alles met een steeds strakker wordende knoop in mijn maag. Man komt op tijd thuis om mij bij te staan. We hebben het er niet over. We praten niet over het grote “als”. 

Tijdens de rit naar het ziekenhuis verwonder ik mij over de gestaag groen wordende bomen. Was dat vorig jaar om deze tijd ook zo? Ik weet het niet meer. Vorig jaar om deze tijd had ik nog twee chemo’s te gaan.  Hoe anders sta ik er nu voor. Hoop ik. Als we de auto parkeren, kijk ik ook hier om me heen. Alles komt binnen. De zon, het fluiten van de vogels, de geur van de bloesem, het jonge blad aan de bomen, pratende mensen en stille mensen. Wij zijn, op het oog, een gezellig pratend stel. Niets is wat het lijkt. 

In de wachtkamer op de mammapoli zitten dames zwijgend in tijdschriften te bladeren. Wachten op wat komen gaat. 

Als we na de mammogram gevraagd worden bij de arts te komen, voel ik niets. Ik ben leeg. Niet bang, niet boos of verdrietig, niet nerveus, niet vol vertrouwen. Gewoon niets. Wanneer blijkt dat er op de foto ook niets is gezien, stroom ik weer vol. Vol geluk, leven,  liefde én zin. Zin in het leven. Nu hebben we het wél over “als”. Als we thuis zijn, gaan we de vakantie regelen! Buiten schijnt nog steeds de zon en het lijkt nóg groener.

Leiden of lijden

‘Mam heb je al iets gehoord van het UMCG over de uitslag van het erfelijkheidsonderzoek?’ We staan in de badkamer. Ik poets mijn tanden en zij staat onder de douche. Het is de zoveelste keer dat ze me, schijnbaar achteloos, deze vraag stelt.

‘Ze is nog maar 13’ flits het door mijn hoofd.

‘Heb ik er wel goed aan gedaan om haar in deze procedure te betrekken? Waar belast ik haar mee? Wat als…?’

De Ongenode Gasten doen hun intrede. Ze hebben gelijk een mening én een conclusie, namelijk dat ik het niet goed heb gedaan en dus geen goede moeder ben.

Ondertussen wordt er achter mij, druk doorgekletst over een moeder van een vriendinnetje van een meisje die ook borstkanker heeft maar niet meer beter wordt.

‘Jij bent beter, toch?’

Terwijl ze het zegt zie ik in één oogopslag de check én de scan.

Ik hum met de tandenborstel in mijn mond.  De Ongenode Gasten hummen mee de andere kant op.

De kant die ik niet op wil.

Ik spuug de tandpasta uit, spoel mijn mond en kijk haar aan.

‘Hoe is het voor jou dat we wachten op deze uitslag?’ Vraag ik haar.

‘Eerst vond ik het heel spannend en dacht ik er steeds aan, nu denk ik, ik zie het wel en als het zo is zien we het dan wel weer.’

Met afhangende schouders druipen de Ongenode Gasten af. Dáár hebben ze het niet van terug. Dát is je leven leiden i.p.v. lijden.

Een paar dagen later sta ik met een enveloppe van het UMCG in mijn handen bij de brievenbus. Hij brandt in mijn vingers. Mijn ademhaling versnelt en mijn hart klopt harder dan anders.

Ik sta stil.

Ik weet hét nog niet.

Ik sta op een grens waarvan ik denk te weten waar ik nu ben en niet weet hoe het zal zijn na het openen van deze enveloppe.

Negeren zal niet gaan.

Met trillende vingers peuter ik het papier kapot. Lezen gaat niet. Mijn ogen zoeken maar één woord en ze vinden het. GEEN, staat er vet gedrukt. Meer hoef ik niet te lezen. Tranen van blijdschap én opluchting lopen over mijn wangen. Als ik mijn dochter dit nieuws vertel blijft het even stil aan de andere kant van de lijn…..echt?….YEAH!!!  Het is niet erfelijk, we krijgen geen borstkanker! Roept ze haar broertje toe.

 

Oorverdovend stil.

Er is weer onrust. 

Voor mijn ‘geval’ bestaat  geen protocol, we mogen zelf beslissen wat voor mij het beste is.

Wel of geen scan ter controle, PET of CT? Dit geeft ruimte voor eigen initiatief maar ook voor onzekerheid.

Nu ziekenhuisbezoeken weer in het verschiet liggen gaan mijn gedachten terug naar Hoogeveen, 13 oktober 2017, 11.00 uur.

Ik lig op de onderzoekstafel klaar voor de echo. Theo zit naast me. We kletsen ontspannen met de verpleegkundige. 

We weten nog van niets, behalve dat we samen oud worden. 

Misschien wel eerder gaan stoppen met werken, huis verkopen en dan in zo’n Tiny house wonen. Zelfvoorzienend, klimaatneutraal, op plekken waar je de zon ziet opkomen en ondergaan. Liefst bij zee. Ik hou zo van de zee. Als ik bij de zee in de ben maakt mijn hart altijd een sprongetje. 

Ik woon prachtig hoor, midden in de natuur, tussen twee nationaal parken in en ik ben er dankbaar voor. Maar mijn hart ligt bij de zee. 

Misschien was ik in een vorig leven wel een zeeheld, varend op mijn schip beleefde ik de spannendste avonturen. 

Of was ik de dochter van een visser die iedere zaterdag op de dijk naar haar vader en broers uitkeek. Dat laatste past meer bij mij aangezien ik al misselijk wordt bij het kijken naar een schommel. 

 Met mijn dochter ga ik een prachtige trouwjurk uitzoeken, die we geheim houden tot haar grote dag.

En wij worden misschien wel opa en oma. 

Wij jagen geen grote zaken na. 

Wij zijn hier gewoon even voor de zekerheid, ‘protocol,’ zo de huisarts zei. Hij had niets bijzonders kunnen ontdekken in mijn borst en ook de oncologisch chirurg voelde bij het lichamelijke onderzoek niets verontrustends. Ze vroeg me zelfs aan te wijzen wat ik voelde. Op de brief voor de radioloog schreef ze ‘geen bijzonderheden’ Verontschuldigend had ik voorgesteld om de mammogram en echo dan maar af te zeggen. Er is immers niets aan de hand?

*wordt vervolgd