Berichten

Het is weer een zonnige dag, de zoveelste. Na een schitterend paasweekend schijnt ze vrolijk door. Ik doe wat ik denk te moeten doen. Stofzuigen, hond uitlaten, praatje maken met mensen die met de boot voor ons liggen, thee zetten én op de klok kijken. Dit alles met een steeds strakker wordende knoop in mijn maag. Man komt op tijd thuis om mij bij te staan. We hebben het er niet over. We praten niet over het grote “als”. 

Tijdens de rit naar het ziekenhuis verwonder ik mij over de gestaag groen wordende bomen. Was dat vorig jaar om deze tijd ook zo? Ik weet het niet meer. Vorig jaar om deze tijd had ik nog twee chemo’s te gaan.  Hoe anders sta ik er nu voor. Hoop ik. Als we de auto parkeren, kijk ik ook hier om me heen. Alles komt binnen. De zon, het fluiten van de vogels, de geur van de bloesem, het jonge blad aan de bomen, pratende mensen en stille mensen. Wij zijn, op het oog, een gezellig pratend stel. Niets is wat het lijkt. 

In de wachtkamer op de mammapoli zitten dames zwijgend in tijdschriften te bladeren. Wachten op wat komen gaat. 

Als we na de mammogram gevraagd worden bij de arts te komen, voel ik niets. Ik ben leeg. Niet bang, niet boos of verdrietig, niet nerveus, niet vol vertrouwen. Gewoon niets. Wanneer blijkt dat er op de foto ook niets is gezien, stroom ik weer vol. Vol geluk, leven,  liefde én zin. Zin in het leven. Nu hebben we het wél over “als”. Als we thuis zijn, gaan we de vakantie regelen! Buiten schijnt nog steeds de zon en het lijkt nóg groener.

Oorverdovend stil.

Er is weer onrust. 

Voor mijn ‘geval’ bestaat  geen protocol, we mogen zelf beslissen wat voor mij het beste is.

Wel of geen scan ter controle, PET of CT? Dit geeft ruimte voor eigen initiatief maar ook voor onzekerheid.

Nu ziekenhuisbezoeken weer in het verschiet liggen gaan mijn gedachten terug naar Hoogeveen, 13 oktober 2017, 11.00 uur.

Ik lig op de onderzoekstafel klaar voor de echo. Theo zit naast me. We kletsen ontspannen met de verpleegkundige. 

We weten nog van niets, behalve dat we samen oud worden. 

Misschien wel eerder gaan stoppen met werken, huis verkopen en dan in zo’n Tiny house wonen. Zelfvoorzienend, klimaatneutraal, op plekken waar je de zon ziet opkomen en ondergaan. Liefst bij zee. Ik hou zo van de zee. Als ik bij de zee in de ben maakt mijn hart altijd een sprongetje. 

Ik woon prachtig hoor, midden in de natuur, tussen twee nationaal parken in en ik ben er dankbaar voor. Maar mijn hart ligt bij de zee. 

Misschien was ik in een vorig leven wel een zeeheld, varend op mijn schip beleefde ik de spannendste avonturen. 

Of was ik de dochter van een visser die iedere zaterdag op de dijk naar haar vader en broers uitkeek. Dat laatste past meer bij mij aangezien ik al misselijk wordt bij het kijken naar een schommel. 

 Met mijn dochter ga ik een prachtige trouwjurk uitzoeken, die we geheim houden tot haar grote dag.

En wij worden misschien wel opa en oma. 

Wij jagen geen grote zaken na. 

Wij zijn hier gewoon even voor de zekerheid, ‘protocol,’ zo de huisarts zei. Hij had niets bijzonders kunnen ontdekken in mijn borst en ook de oncologisch chirurg voelde bij het lichamelijke onderzoek niets verontrustends. Ze vroeg me zelfs aan te wijzen wat ik voelde. Op de brief voor de radioloog schreef ze ‘geen bijzonderheden’ Verontschuldigend had ik voorgesteld om de mammogram en echo dan maar af te zeggen. Er is immers niets aan de hand?

*wordt vervolgd